Samen Bewust Delen
 
IndexYoutubeRegistrerenInloggen
Welkom
 
Van harte welkom op Shamanna
Groetjes Amanna en Shanara
 
 
Laatste onderwerpen
september 2018
madiwodovrzazo
     12
3456789
10111213141516
17181920212223
24252627282930
KalenderKalender
bezoekers teller

Deel | 
 

 Tablet V, de Inwoner van Unal

Ga naar beneden 
AuteurBericht
Amanna
beheerder
beheerder
avatar

Aantal berichten : 96
Leeftijd : 63
Woonplaats : Vlaardingen
Registration date : 03-08-08

BerichtOnderwerp: Tablet V, de Inwoner van Unal   do okt 02 2008, 21:49

Tablet V
De inwoner van Unal.

Vaak droomde ik van het Verborgen Atlantis,
Vergaan in de tijd voorbij het Donker.
Eeuwen na Eeuwen bestond het in Schoonheid,
Licht schitterend door het Donker van de Nacht.

Machtig en Krachtig, regerend de Aarde-Geborene,
Meester van de Aarde in de Atlantis tijd.

Koning van de naties, meester van Wijsheid,
Licht door Suntal,
Hoeder van de Weg,
Inwoner van zijn Tempel,
De Meester van Unal,
Licht van de aarde in de Atlantis tijd.

Meester, Hij van cyclussen voorbij ons,
Levend in lichamen rond de mens.

Niet als de aarde-geborene,
Maar, voorbij ons,
Zon van een clyclus, ver voorbij de mens.

Weet, Oh lieverd, dat HORLET de Meester,
Nooi een was met de kinderen van de mens.

Ver in het verleden toen Atlantis groeide in zijn kracht,
Verscheen die ene met de Sleutel van Wijsheid,
Tonend de weg van het Licht aan Allen.

Toonde hij aan alle mensen het pad van verlangens,
Weg van het Licht dat vloeit rond de mens.
Bemeesterend Donker, leidend de Mens-Ziel,
Naar hoogten die zijn Een met het Licht.

Hij verdeelde de Koninkrijken in secties.
Tien waren er, geregeerd door kinderen van de Mens.

In een andere, bouwde hij een Tempel,
Maar niet gebouwd door de kinderen van de Mens.

Buiten de Ether, haalde HIJ zijn materiaal,
Knedend en vormend met de kracht van YTOLAN
Een vorm, gevormd door zijn gedachten.

Plaats na plaats behandelde hij het Eiland,
Ruimte na Ruimte groeit het in zijn Macht

Zwart, maar niet Zwart, maar donker als de Ruimte-Tijd,
Diep in het hart van de Essentie van Licht.

Groeide rustig de Tempel in zijn Zijn,
Gekneed en gevormd door het Woord van de Inwoner,
Geroepen vanuit het vormloze in een vorm.

Bouwde hij dan, binnen, grote kamers,
Vulde ze met vormen geroepen vanuit de Ether,
Vulde ze met wijsheid geroepen door zijn Gedachten.

Vormloos was HIJ in zijn Tempel,
Maar gevormd naar de gelijkenis van de Mens.

Wonend rond hen en niet van Hen,
Vreemd en heel verschillend was HIJ dan de Kinderen van de Mens.

Toen koos HIJ onder de mensen,
Drie die zijn poort werden.

Koos HIJ de Drie van de hoogste
Die zijn verbinding werden met Atlantis.

Boodschappers, zij die zijn advies droegen,
Aan de Koningen van de Kinderen van de Mens.

Bracht hij voort anderen en leerde hen wijsheid;
Leraren, zij, naar de kinderen van de Mens.
Plaatste hij hen op het eiland van UNDAL,
Als leraren van Licht voor de Mens.

Elk van hen die was gekozen,
Moest het voor vijf en tien jaren zijn.

Alleen dan konden zij zo hun begrip
Overbrengen van het Licht aan de Kinderen van de Mens.

Zo kwam er in de Tempel
Een plaats om te wonen voor de Meester van de Mens.

Ik, Thoth, heb altijd Wijsheid gezocht,
Zoekend in het Donker en Zoekend in het Licht.

Lang in mijn jeugd reisde ik het pad,
Immer zoekend naar nieuwe kennis.

Totdat na lang streven, een van de Drie,
Mij bracht naar het Licht.

Bracht HIJ, me naar de beheersing van de Inwoner,
Geroepen vanuit het donker in het Licht.
Bracht HIJ mij, naar de Inwoner,
Diep verborgen in de Tempel voor het grote Vuur.

Zittend op zijn majestieuse troon,
Stond ik voor de Inwoner,
Gehuld in het Licht en vlammend Vuur.
Knielde ik voor zijn Grote Wijsheid,
Voelde het Licht vloeien door me in golven.

Hoorde ik de stem van de Inwoner:
Oh Donker, kom in het Licht.

Lang heb je gezocht naar het pad van het Licht.

Iedere Ziel op aarde die zijn belemmeringen loslaat,
Zal snel komen en vrij zijn van de binding van de Nacht.

Voortkomend vanuit het Donker, ben je verrezen,
Dichter bij het Licht van je Doel.

Hier zal je wonen als een van mijn kinderen,
Hoeder van de analen verkregen door Wijsheid,
Een instrument van het Licht en van verder.

Klaar ben je om te doen wat nodig is,
Maker van Wijsheid door de eeuwen van het Donker,
Datt snel komt onder de kinderen van de mens.
Leef hier en drink van alle Wijsheid.

Geheimen en mysteriŽn in je zullen ontvouwen.

Toen antwoorde Ik, de Meester van de Cyclussen zeggend:
Oh Licht, dat is gedaald in de mens,
Geef mij van Uw wijsheid, zodat ik een Leraar kan zijn voor de Mens.
Geef mij van Uw Licht zodat ik vrij ben.

Sprak nogmaals de Meester:
Jaren na Jaren zal je leven door je Wijsheid,
En wanneer over Atlantis de oceaan golven rollen,
Vasthoudend het Licht, maar verborgen in het Donker,
doch klaar om te komen immer als gij roept.

Ga nu en leer grotere wijsheid.
Groei door het Licht naar het Eeuwige Al.

Lang woonde ik in de tempel van de Inwoner,
Totdat eindelijk, ik een was met het Licht.

Volgde ik toen het pad naar de sterren lichamen,
Volgde ik het pad naar het Licht.

Diep in het Hart van de Aarde volgende ik het pad,
Geheimen lerend,
Beneden en boven,
Lerend het pad naar de Hallen van Amenti;
Lerend de Wet, die de wereld in evenwicht houdt.

Naar de Aardeís verborgen kamers kwam ik door mijn wijsheid,
Diep door de Aardkorst, in het pad, eeuwen verborgen voor
De kinderen van de Mens.

Ongesluierd voor me, met nog meer Wijsheid tot ik bereikte Nieuwe Kennis:
Zag ik dat Al is een deel van het Al, groot en groter dan alles dat we weten.

Zocht Ik het oneindige hart door alle jaren.

Dieper en Dieper, vond ik meer MysteriŽn.

Nu, als ik terugkijk door de jaren, weet ik dat Wijsheid is ongebonden,
Altijd groeiend door de jaren, Een met het Oneindige, groter dan Al.

Licht was het in Atlantis,
Maar, Donker, was verborgen in alles.
Gevallen van het Licht in het Donker,
Sommige onder de mens rezen tot grote hoogten.

Trots waren zij om hun Kennis,
Trots waren zij op hun plaats onder de Mens.
Diep groeven zij in het verbodene,
Openden de poort die leidde naar beneden.

Zochten zij om meer kennis te verzamelen,
Maar zoekend om het te brengen van beneden naar boven.

Hij die daalt naar beneden moet balans hebben,
Anders is hij gebonden zonder ons Licht.

Open je dan,
Door hun kennis,
Het pad verboden voor de mens.

Maar in zijn Tempel, al ziend, de Inwoner,
Ligt in zijn AGWANTI, wanneer door Atlantis,
Zijn Ziel vrij lag.

Zag HIJ de AtlantiŽrs, met hun Magie,
Openen de poort die de aarde zou brengen naar een
Groot Oh.

Snel vloeide zijn ziel toen, terug naar zijn lichaam.
Verrees uit zijn AGWANTI.
Riep de Drie Machtige Boodschappers.
Gaf ze bevelen die de aarde verbrijzelden.
Diep naast de aardkost naar de Hallen van Amenti,
Daalde hij de Inwoner.
Riep HIJ aan de krachten van de Zeven Heren;
Verander de aarde balans.

Toen zonk Atlantis onder de donkere golven.
Verbrijzelde de Poort die open was;
Verbrijzelde de deur die leidde naar beneden.
Alle eilanden waren verbrijzeld behalve UNAL,
En een deel van het eiland van de zonen van de Inwoner.

Hij maakte ze klaar om leraren te zijn.
Licht op het pad voor hen die erna komen.
Licht voor de mindere kinderen van de mens.

Riep hij mij toen, Thoth, voor hem,
Gaf me opdracht voor alles wat ik moest doen, zeggend:
Neem, Oh Thoth, alles van jou Wijsheid.

Neem al je analen, neem al je Magie.
Ga voort als een leraar van de mens.
Ga voort met de analen totdat met de tijd Licht groeit onder de mens.
Licht zal je zijn bij de verlichte mens.
Over de hele aarde geven we je Kracht,
Vrij om te geven en te nemen.

Breng nu bijeen de zonen van Atlantis.
Neem ze en vlieg naar de mensen van de grotten.
Vlieg naar het land van de kinderen van KHEM.
Bracht ik bijeen de zonen van Atlantis.
In een Ruimte schip bracht ik al mijn analen,
De analen van het verzonken Atlantis.
Bracht ik bijeen al van mijn krachten,
Vele instrumenten van machtige magie.

Toen verrees op vleugels van de morgen.
Hoog boven de Tempel,
Achterlatend de Drie en de Inwoner,
Diep in de hallen dichtbij de Tempel,
Sluitend de weg naar de Heren van de Cyclussen.

Maar altijd voor hem was ik kennis,
Open zal zijn het pad naar Amenti.
Snel vlogen we toen op de vleugels van de morgen,
Vlogen naar het land van de kinderen van KHEM.
Hier met mijn Kracht,
Overwon en regeerde over hen.

Verrees ik tot Licht,
De kinderen van KHEM,
Diep naast de grotten,
Begroef ik mijn Ruimte schip,
Wachtend op de tijd tot de mens vrij zal zijn.

Over het Ruimte schip,
Verscheen een gedaante in de vorm van een Leeuw,
Gelijkend op de mens.
Daar naast het beeld, ligt mijn Ruimte Schip,
Welk me zal verschijnen wanneer nodig.

Weet, Oh lieverd, dat ver in de toekomst,
Invallers zullen komen vanuit de diepte.
Wees wakker, jij die wijsheid heeft.
Breng voort mijn lichaam en overwin kalm.
Diep naast het beeld ligt mijn geheim.
Zoek en vindt in de piramide die ik bouwde.

Elk een is een Sleutel;
Elk een poort dat leidt naar Leven.
Volg de Sleutel die ik hier achterlaat.
Zoek naar de deur en leven zal van jou zijn.
Zoek je in mijn piramide,
Diep in de gangen die eindigt bij de muur.

Gebruik nu de sleutel van de Zeven,
En open het pad.
Nu geef ik jou mijn Wijsheid.
Nu geef ik jou mijn Weg.

Volg het pad.
Los op mijn geheimen.
Aan jou heb ik laten zien mijn Weg.
Terug naar boven Ga naar beneden
 
Tablet V, de Inwoner van Unal
Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Shamanna :: Samen Bewust Delen :: Thoth/De Smaragden Tafelen-
Ga naar: